De ontwikkeling van de leerlingen van de groepen 1 tot en met 8 wordt op twee manieren bijgehouden:

  • door de resultaten van methodegebonden toetsen te registreren
  • door het gebruik van landelijk genormeerde toetsen van het leerlingvolgsysteem Cito.

De resultaten van de toetsen worden ingevoerd in een digitaal leerlingvolgsysteem . De voortgang van elk kind kan op deze wijze precies en systematisch bijgehouden worden. Hierdoor kan ons onderwijs zo goed mogelijk worden afgestemd op onze leerlingen.

Het gebruik van landelijk genormeerde toetsen van het leerlingvolgsysteem Cito geeft de mogelijkheid om de prestaties van onze leerlingen met de landelijke resultaten te vergelijken.

De interne begeleider coördineert de uitvoering van de toetsen van het leerlingvolgsysteem en controleert de registratie. Voor een optimale begeleiding van de leerlingen is het van belang om steeds een overzicht te hebben van de prestaties en ontwikkeling van de leerlingen.

Overleg over leervorderingen of problemen

Drie maal per jaar (november, februari en juni) worden alle ouders uitgenodigd voor een gesprek over de vorderingen van hun kinderen. Het eerste gesprek is zonder rapport en vooral bedoeld om de start in de nieuwe groep te bespreken. De andere twee gesprekken zijn met rapport. In deze gesprekken komen de leerprestaties en de ontwikkeling van de leerlingen aan de orde. Is de tijd tussen deze contactdagen te kort, dan worden er afspraken gemaaktvoor overleg op een ander tijdstip. Dit kan op verzoek van de ouder(s) en/of op het verzoek van school.

Dossiervorming

Er wordt van de leerlingen een dossier aangelegd zodra ze op de school zijn ingeschreven. Het dossier wordt beheerd door de interne begeleider. Nadat een kind in de leerlingbespreking is aangemeld, worden bovendien gegevens als handelingsplannen, onderzoeken enzovoort aan het dossier toegevoegd. Ouders wordt gevraagd het handelingsplan te ondertekenen en hebben op verzoek recht op inzage van het dossier.

Ouders hebben op verzoek recht op inzage.

Zittenblijven

We gaan er van uit dat een kind in 8 leerjaren de basisschool met goed gevolg kan doorlopen. Toch kan het voorkomen dat de groepsleerkracht en de interne begeleider tot het advies komen een kind een jaar langer over een leerjaar te laten doen. Uiteraard gebeurt een en ander in goed overleg en met instemming van de ouders. Het besluit wordt vastgelegd en ondertekend door ten minste één van de ouders.

De schoolkeuze aan het einde van de basisschool

In het laatste schooljaar moet het vervolgonderwijs voor uw kind worden gekozen. De school adviseert u hierin. De toetsresultaten (Cito) worden vanaf groep 6 geplaatst in de zogenaamde Plaatsingswijzer. Het resultaat is een uitstroomperspectief per leerling. Dit uitstroomperspectief wordt met de ouders besproken en er wordt een doelstelling vastgesteld. De school adviseert en de ouders bepalen zelf welke schoolkeuze er gemaakt wordt.

Er wordt vanaf het schooljaar 2014-2015 gebruik gemaakt van de verplichte landelijke centrale eindtoets.De centrale eindtoets wordt in april afgenomen. Deze score is niet meer leidend voor het advies van het voortgezet onderwijs. De eindtoets wordt gebruikt als controlemiddel voor de leerlingen en de gemiddelde groepsscore wordt gebruikt als jaarresultaat van de school. Deze score wordt doorgegeven aan de inspectie van onderwijs.

Om inzicht in de verschillende mogelijkheden voor voortgezet onderwijs te krijgen, kunt u in januari / februari de verschillende open dagen van voortgezet onderwijs bezoeken. Dit kan eventueel onder schooltijd. De leerkracht van groep 8 informeert u hierover.

Mogelijkheden en grenzen van onze zorg

De grenzen van onze zorgverbreding

Onze school streeft er naar de zorg voor leerlingen, waaronder mogelijk ook leerlingen met een handicap, op een verantwoorde wijze gestalte te geven. Er kunnen zich echter ook situaties voordoen, waarin de grenzen aan de zorg voor kinderen worden bereikt, zoals:

- Verstoring van de rust en de veiligheid: indien een leerling een handicap heeft dieernstige gedragsproblemen met zich meebrengt, die leiden tot een ernstigeverstoring van de rust en de veiligheid in de groep .

- Wederzijdse beïnvloeding van enerzijds de verzorging en de behandeling van hetkind met een handicap en anderzijds het onderwijs aan het kind met diehandicap: indien een leerling een handicap heeft die een zodanige verzorging of

behandeling vraagt dat daardoor zowel de zorg en de behandeling voor dedesbetreffende leerling als het onderwijs aan de betreffende leerling onvoldoendetot zijn recht kunnen komen.

- Verstoring van het leerproces voor de andere leerlingen:indien het onderwijs aaneen leerling met een handicap zodanig beslag legt op de tijd en de aandacht vande leerkracht dat daardoor de tijd en de aandacht voor de overige leerlingen in

de groep onvoldoende of in het geheel niet kan worden geboden (zie hoofdstuk Passend Onderwijs)

De mogelijkheden van onze zorgverbreding

  • De leerbaarheid van een leerling moet zodanig zijn, dat hij of zij het reguliere onderwijsaanbod helemaal of grotendeels kan verwerken. De leerling verlaat onze school met de minimale gemiddelde beheersing van de leerstof van eind groep 6.
  • Het kind voelt zich veilig en vertrouwd op onze school.
  • Het kind kan zich aan de groeps- en schoolregels houden.
  • Het kind is in staat om zelfstandig te werken.
  • Ouders en school kunnen goed samenwerken en volgen binnen hun mogelijkheden elkaars adviezen op.
  • De teamleden hebben per kind beperkte mogelijkheden voor intensief overleg met ouders en eventuele instanties die bijdragen aan de zorg.
  • De school kent zeer beperkte voorzieningen voor lichamelijke zorg. De kinderen moeten in beginsel zelfredzaam zijn.
  • De school heeft (standaard) geen extra voorzieningen voor dove of slechthorende kinderen.